© 2012 Ann Weilers All rights reserved

Europese honingbij – (Apis mellifera L.)

Waarom 2012  het jaar van de bij is.

De wilde bij is al bijna uitgestorven in Europa, de Bij staat helaas op de rode lijst.

Insectenbestuiving is erg belangrijk voor de biodiversiteit, 80% behoeft bestuiving en 15 % wordt bezocht door de honingbijen. Bestuivende insecten zijn van levensbelang voor de menselijke voedselvoorziening en 10% van de wereldvoedsel productiewaarde.

Om stuifmeel van een plant op een ander individu van dezelfde soort over te brengen en kruisbestuiving te verwezenlijken, maken planten gebruik van verschillende transportmiddelen: abiotisch transport, zoals water en wind; en biotische middelen, vooral insecten. De honingbij is erg geschikt als bestuiver van cultuurgewassen. Andere bijen kunnen  daarop een aanvulling leveren maar kunnen de rol van honingbijen niet overnemen.

De vitaliteit van de honingbij loopt sterk terug door ziekte, wintersterfte, verdwijnziekte, kolonies die verloren gaan -( colony collapse disorder) en de Varrao mijt (een exotische invasieve parasiet). De Varraomijt plant zich voort op broed van de honingbij, zuigen de hemolymfe van de pop uit, waardoor na drie jaar het bijenvolk het loodje legt. Dit kan directe gevolgen hebben voor de beschikbaarheid van de tweede commercieel geteelde bestuiver insect, de hommel, omdat de hommelteelt afhankelijk is van door bijen verzameld stuifmeel.

Bijen hebben drachtplanten nodig voor nectar en hun stuifmeel voorziening; vooral planten en bomen die op mono cultuurachtige schaal bloeien: bloeiende lindebomen, wilgen en  tamme kastanje, zelfs paardenbloemen, witte klaver, heide en zeeaster.
De schaal waarop  de honingbijen opereren is ongeveer drie kilometer rond hun nest.

Bronnen : Visie Bijenhouderij en insectenbestuiving – Wikipedia

website: www.wildebijen.nl

Geef een reactie