© 2012 Ann Weilers All rights reserved

Bestuiving – Xenogamie – Zoöfilie

Bestuiving is een belangrijke stap in voortplanting van zaadplanten. Bestuiving is belangrijk in de tuinbouw omdat de meeste plantvruchten zich niet zullen ontwikkelen als de eicellen niet worden bevrucht. Alleen een specifieke combinatie van stuifmeelkorrel en stempel geeft bevruchting. Er zijn drie  typen van bestuiving -(allogamie ) – het stuifmeel komt op de stempel van een andere bloem terecht.

1-Xenogamie = kruisbestuiving +  2 -Geitonogamie= buurbestuiving +  3- Autogamie= zelfbestuiving.

Drie manieren om ,,het pollen”over te brengen.

1-Zoöfilie = met behulp van dieren + 2- Anemofilie =met hulp van de wind +  3-Hydrofilie = met het water.

Insecten bestuiving: Insectenbloeiers  hebben minder stuifmeel met een ruw oppervlak, de stamper is kleiner en de insectenbloeier bezit 1 of meer middelen om insecten te lokken, zoals geuren, kleuren nectar en/of stuifmeel. Veel insecten leven van nectar en stuifmeel. Ze brengen er veelal hun larven mee groot. Het bezoeken van bloemen is eigenbelang en bestuiving een bijkomstige handeling. Bloemen die nectar met een hoog suikergehalte en/of veel stuifmeel produceren worden in principe het meest bevlogen. De biotische bestuiving – De plant looft een beloning uit voor dieren die van bloem naar bloem bewegen. De beloning is b.v. het stuifmeel zelf of nectar. Daarbij is het voor de plant van belang dat niet alle stuifmeel als beloning wordt opgegeten, maar  dat wel een deel wel degelijk een andere bloem bereikt.

Het belang ( op korte termijn ) voor de bestuiver is tegengesteld, die zal proberen zoveel mogelijk stuifmeel voor zichzelf te houden.  Dit conflict tussen het belang van de plant en de bestuiver heeft via een lange co-evolutie geleid tot een enorme veelvormigheid van bloemen en daarbij specifieke bestuivers.  Bijen hebben zich gespecialiseerd in bestuiving,  zij zijn voor hun voeding helemaal afhankelijk van bloemen:  stuifmeel als eiwit- en mineralenbron,  nectar voor de energievoorziening.

Zoöfilie – verspreiding door dieren.

Pollen wordt in 80% van de planten families verspreid door dieren, meestal insecten ( in dit geval entomofilie genoemd van het Grieks: insecten-lievend) , die de pollen verzamelen en soms ook eten, zoals hommels en bijen, maar ook vlinders en zweefvliegen. Planten die het pollen door dieren laten verspreiden hebben bijna altijd grote gekleurde bloemen met een sterke geur om de dieren aan te trekken.  Deze plantensoorten maken veel honing en zijn vaak aangepast aan het bezoek van één soort of één type insect. Het pollen van deze planten heeft vaak een ruw oppervlak en is soms kleverig door een olieachtige vloeistof, het pollenkit aan het oppervlak

( pollenontwikkeling)

bronnen:

www.bijenstichting.nl

wikipedia

www.gwgrenswetenschap.nl

www.jaarvandebij.nl

 

 

 

Geef een reactie