© 2012 Ann Meloen All rights reserved

De eerste hommel, die zich laat zien – De Aardhommel – Bombus magnus

De eerste hommel die zich laat zien is de Aardhommel. Ik blijf de hommel – Bombus magnus – vroeg in het voorjaar steeds weer indrukwekkend vinden. Wat mij elke keer weer tegenvalt is dat ik de ware grootte van deze indrukwekkende hommel maar niet op een plaatje kan vastleggen. Hier was de hommel in de weer met een viooltje maar kroop steeds onder het bloemetje, even googelen en wat blijkt nu?, deze hommel heeft een te korte tong waarmee hij niet bij de nectar kan komen. Daarom knipt de hommel met z’n kaken gaten bij de bloem om zo wel bij de nectar te kunnen komen. Samen met de Weidehommel behoren zij tot “”de inbrekers”. Een mooi verhaal over de aardhommel vond ik bij de Heimanshof website: www.deheimanshof.nl Eén van de eerste insecten die in het voorjaar verschijnen is de aardhommel.
Deze allereerste hommels zijn groot en kleurrijk. Het zijn de koninginnen, die overwinterd hebben en zij zijn zeker 2x zo groot als mannetjes of werksters later in het jaar. Ze gaan direct op zoek naar een holletje van een muis of mol. Daarin maakt ze een bol van mos, blad en plantenresten, met daarin van zelfgemaakte was een soort kannetje zo groot als een hazelnoot. Daarin bewaart ze nectar voor koude dagen. Zolang de zon schijnt maakt ze plakjes bijenbrood van stuifmeel en nectar. Op elk plakje legt ze 10-12 eitjes. Deze eitjes komen uit na 5 dagen. De larven vervellen 4 keer en dan laat de moeder ze verhongeren. Omdat ze geen eten krijgen spinnen ze een cocon en groeien minimaal door. Na enige tijd komen ze als kleine onvruchtbare werksters uit de cocon. Larven die in de late zomer worden geboren worden constant volgepropt met eten en groeien uit tot koninginnen. Eind juni worden er al geen werksters meer gevormd. Dat is het begin van einde van de kolonie. De jonge koninginnen worden bevrucht waarna de mannetjes sterven. De werksters hebben hun taak volbracht en sterven ook. De jonge bevruchte vrouwtjes gaan dan op zoek naar een veilig plekje om een tunneltje te graven voor hun winterslaap.
Een volgroeide kolonie van de aardhommel bestaat uit zo’n 300 -600 werksters. De nest zoekende koninginnen zijn te zien van begin februari tot midden mei, de werksters van midden april tot midden oktober en de jonge koninginnen en mannetjes van eind juli tot eind september. Bijzonder
Hommels behoren tot de eerste insecten die na de winter actief worden. Ze hebben verschillende eigenschappen om de kou te kunnen weerstaan: dikke beharing, een zwarte kleur om warmte te absorberen en het unieke vermogen om hun vleugelspieren los te koppelen van hun vleugels. Daardoor kunnen zij deze spieren gebruiken om zichzelf op te warmen. Koninginnen kunnen tegen vorst omdat ze een soort antivries produceren die de vorming van ijskristallen in het lichaam voorkomt. Toch sterft 98%, omdat de voorraad honing in hun maag door allerlei omstandigheden opraakt voordat de zon weer komt. Waar
Aardhommels komen in heel Nederland voor en bestaan uit verschillende soorten, die onderling moeilijk zijn te onderscheiden. 

De aardhommel is onmisbaar voor de kweek voor pepers en paprika’s

Plantjes voor hommels met korte tong: Dopheide, smeerwortel, Wilde kaardebol, Pieris japonica, gevlekt longkruid.

Geef een reactie