© 2012 Ann Meloen.All rights reserved

De bazin van de tuin is het Vrouwtje Merel – Turdus merula

Door het vreemde gedrag van dit vogeltje word je nieuwsgierig, de hele winter al aanwezig in de tuin, scheert schreeuwend over je hoofd, vecht echt heftig met mannetjes merels om wormen, verliest wel, maar geeft niet op, af en toe wipt zij wel de heg in zonder bouwmaterialen. Verder is zij niet schuw, blijft rustig zitten als je langsloopt. Onze vaste tuinvogel zonder kooitje.

De merel (Turdus merula) is een vogel  uit de familie Lijsters. De naam komt van het Latijnse woord voor merel, merula.  De merel is één van de bekendste soorten van deze Lijsterfamilie en daarmee een typisch voorbeeld van een zangvogel.  Vaak verdeelt men de merels ook onder in twee groepen: stads- en bos-merels.De merel is een soort met duidelijke verschillen in verenkleed tussen mannetjes, vrouwtjes en jongen. Een vrouwtjesmerel heeft een aardbruin tot licht roodbruin lijf en is dus lichter dan het mannetje, maar donkerder dan alle andere lijsters. Haar snavel is bruingeel gekleurd. Zij heeft donkere strepen op de keel en een gespikkelde of donker gevlekte onderzijde, een onduidelijk patroon. Andere lijsters zijn duidelijker gevlekt, een vrouwtjesmerel lijkt van op een afstand zelfs egaal bruin. Heel oude wijfjes hebben een gele snavel en een witte keel en borst.  Een onvolwassen mannetje, in de eerste winter, heeft bruine vleugels, een vaal zwart lijf en een donkere, tot zwarte, snavel. Daarmee lijken ze nog meer op de vrouwtjes dan op volwassen mannetjes. Een onvolwassen vrouwtje lijkt ook sterk op het volwassen wijfje. Een juveniel heeft bleke strepen op de rug en een gemberkleurig lijf met gele vlekjes. Hun snavel is hoornachtig gekleurd. Merels kunnen vijf jaar oud worden. Vrouwtjes en juvenielen hebben een perfect camouflagekleed waardoor ze volledig opgaan in de achtergrond van hun oorspronkelijke habitat, open bossen en donkere bosgrond met dorre bladeren.

De in de natuur levende merels bouwen hun nest in de struiken en de kruinen van lage bomen, zelden hoger dan twee meter; de stadsmerels nestelen op houtachtige planten in tuinen en parken en op gebouwen. Ook kunstmatige plekken, zoals tuinhuisjes, zijn vaak erg in trek. Een stadsmerel is erg inventief, als het op nestgelegenheid aankomt.

Hun nest, dat grotendeels door het wijfje wordt gebouwd, bestaat uit een compact, diep holletje van droog gras en mos, van binnen bepleisterd met modder en gevoerd met fijn plantenmateriaal en gras.   2 tot 4 keer per jaar leggen ze tussen de 3 en de 5 eieren (meestal 4, zoals de meeste lijsters, in een erg goed jaar wel eens 6), die in ongeveer 12 à 15 dagen worden uitgebroed. De eieren zijn blauwgroen en bedekt met rood- of geelbruine vlekken. Hun broedtijd loopt van half maart tot begin augustus.

Bron: Wikipedia

Geef een reactie