© 2012 Photographer Ann Weilers. All rights reserved

Rups van piramidevlinder

Piramidevlinder (Amphipyra pyramidea)

De rups vond ik op de takken van de klimroos. De naam is afkomstig door de driehoekige punt/bult bij de rups.

 

Familie

uilen (NOCTUIDAE) -nachtvlinders

Tot 42 mm; lichaam plomp, bleek groenachtig blauw of helder groen; segment elf met een opvallende driehoekige bult met gele punt; over de rug een witte middenstreep met aan weerszijden een patroon van witte lijntjes en stippen; over de spiracula een witte lengtestreep; op de eerste twee segmenten wordt de gehele witte tekening geelachtig; kop lichtgroen met aan weerszijden een witte streep.

Voorkomen

Een gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt.

Levenscyclus

Rups: april-juni.   De verpopping vindt plaats in een cocon in de strooisellaag of in de grond. De soort overwintert als ei in een bastspleet.

Habitat

Bossen, struwelen, parken en tuinen.

Waardplanten

Diverse loofbomen en struiken, waaronder eik, sporkehout, berk, meidoorn, sleedoorn, kamperfoelie en liguster.

De eieren worden vanaf augustus afzonderlijk of in heel kleine groepjes gelegd op twijgjes of de bast van de waardplant. Zij overwinteren en komen pas in het volgende voorjaar uit. De rupsen vinden we vooral in april en mei. Vanaf juni gaan ze ondergronds, waar ze een cocon spinnen om te verpoppen. Dat duurt ongeveer twee maanden.

Geef een reactie