© 2012 Photographer Ann Weilers. All rights reserved

Zoveel controle over nageslacht….bladluizen

Bladluizen – Aphidoidea.

Het zijn kleine  plantenetende insecten, die zich met stekende en zuigende monddelen (stiletten) passief voeden met sappen uit het  floëem. Het floëemsap stroomt door de zeefvaten en staat onder hoge druk. Het wordt door de plant in het voedselkanaal van de bladluis geperst zodra de stiletten een floëemvat aanprikken.

Ook zuigen bladluizen nu en dan actief  xyleemsap, als ze dorst hebben. Bladluizen zitten meestal op groeipunten zoals de toppen van jonge stengels met groeiend blad en bloemknoppen omdat de sapstroom daar veel voedingstoffen bevat, nodig voor de groei van de plant

Het sterk suikerhoudend floëemsap wordt grotendeels als kleverige vloeistof uigescheiden, ‘Honingdauw’. De bladluis heeft de belangrijke aminozuren er dan efficiënt uit opgenomen. Honingdauw wordt ook door mieren opgelikt, soms beschermen de mieren de luizen actief tegen predatoren als Lieveheersbeestjes. Bladluizen kunnen zich ’s zomers snel voortplanten omdat het eistadium dan ontbreekt (levendbarend), soms 15 tot 20  generaties per jaar. De voortplanting is dan a-seksueel en veel soorten produceren dan ongevleugelde dochters, maar bij ongunstige omstandigheden ontstaan gevleugelde dochters, die zich gemakkelijk verspreiden.

Van de ene op de andere dag

Sommige mensen denken dat tocht de oorzaak is. Dat is niet helemaal waar. Bladluizen hebben door hun metamorfose soms vleugels. Je ziet die generaties dan ook door elkaar bestaan. In de lente brengen vleugelloze vrouwtjes, de stichtsters, andere vrouwtjes voort. Ze hebben wel of geen vleugels al naargelang de hoeveelheid voedsel die er beschikbaar is èn de weersomstandigheden. De bladluizen die kunnen vliegen, gebruiken luchtstroming om van de ene naar de andere plant te verhuizen. Daar worden dan weer nieuwe kolonies gesticht. Al die kolonies ontstaan zonder dat de vrouwtjes zijn bevrucht. Ook mieren verhuizen bladluizen naar andere planten.

Bestrijden?
Bladluizen kunnen grote schade toebrengen aan planten. Die schade ontstaat vrij snel door de grote massa’s, waarin ze opereren. Het beeld van de aantasting van blad bestaat hoofdzakelijk uit:
– glimmend en plakkerig worden
– verwelken
– verkleuringen of verminkingen
Een plant kan hierdoor zelfs afsterven.

Mieren gebruiken luizen als ‘koeien’; ze zuigen de zoete uitscheiding van de luis op. Die uitscheiding wordt honingdauw genoemd. Mieren prikkelen bladluizen door ze over het achterlijf te strelen. Omdat ze de uitscheiding door de suiker zo lekker vinden, verdedigen ze hun bladluizenkolonie tegen ongewenste indringers van dezelfde soort. Soms ook worden bladluizen door de mieren van hun vleugels beroofd en meegenomen in de mierenhoop om daar een kolonie bladluizen te stichten. Blijft er toch nog honingdauw over op bijvoorbeeld blad, dan ontfermen schimmels zich erover. De bladeren krijgen hierdoor een zwart, roetachtig uiterlijk. Deze fase heet roetdauw.

Het lieveheersbeestje. Die heb je in de vrije natuur niet altijd.

Maar soms een bergje vol……

Eenvoudig:

1 – Bladluizen houden niet van kou. Een stevige waterstraal doet ze verkleumen. Soms helpt het als de aantasting niet al te groot is.
2 – Een mengsel van 1 eetlepel groene zeep plus een eetlepel spiritus en in water opgeloste nicotine kan over de luizen verneveld worden. Herhaal deze bespuiting om de 3 – 5 dagen.

Bronnen: Wikipedia, Gardensafai, Beeldbank.

Geef een reactie