© 2012 Photographer Ann Weilers. All rights reserved

Blauw en het fladdert hoog – boomblauwtje

Boomblauwtje – Celastrina argiolus

Op ooghoogte fladderend over de magnolia’s en rododendron, landingen hoog op de malus, langs klimop of hulst in de tuin is het boomblauwtje met geen andere soort te verwarren.

 

Voor vleugellengte: circa 14 mm. De bovenkant van de vleugels is bij het mannetje waterig lichtblauw met smalle zwarte randen en bij het vrouwtje lichtblauw met brede tot zeer brede zwarte randen. Het boomblauwtje op de foto  is dus een vrouwtje De onderkant van de vleugels is zilvergrijs met kleine zwarte stippen. De achtervleugel heeft geen oogvlekken en geen staartje.

Waardplanten

Sporkehout, wegedoorn, klimop, grote kattenstaart, struikhei, hulst en vlinderstruik.

Vliegtijd en gedrag

Eind maart-begin juni en half juni- begin oktober in twee of drie, elkaar overlappende generaties. De vlinders voeden zich met honingdauw, sap van bloedende bomen en nectar; soms worden ze drinkend bij plassen of uitwerpselen gezien. De vlinders vliegen meestal vrij hoog in de toppen van bomen en struiken. Klopt, was erg moeilijk om te fotograferen.

Levenscyclus

Rups: half mei-eind juni en begin augustus-eind september. Jonge rupsen eten van de bloemknoppen of de vruchten van de waardplant, grotere rupsen eten soms ook van de bladeren. De verpopping vindt plaats in de strooisellaag of in een schorsspleet; de soort overwintert als pop. De eieren worden één voor één afgezet op de bovenste takken van de waardplant.

Bron: vlinderstichting

Geef een reactie