© 2012 Photographer Ann Weilers. All rights reserved

Bont Zandoogje – Pararge aegeria tircis

Bont zandoogje –    is een dagvlinder, al weken zag ik het vlindertje over de tuin vliegen, maar vandaag nam het vlindertje plotseling een rustpauze in de hedera.

. Het bont zandoogje komt in een groot deel van het Palearctisch gebied voor, maar niet in Midden- en Noord-Scandinavië. Men onderscheidt twee ondersoorten

  • Pararge aegeria aegeria, met oranje vlekken, niet voorkomend in  Nederland
  • Pararge aegeria tircis, met flets-gele vlekken.
  • De vlinder geeft de voorkeur aan gemengde bossen en naaldbossen als leefgebied.

Rups:

Het vrouwtje legt haar eitjes op half in de schaduw staand gras. De rups leeft van gras, De vlinder leeft ongeveer drie weken. Er zijn twee tot drie generaties per jaar. Het bont zandoogje overwintert als rups of als pop. De vrij slanke, lichtgroene rups wordt tot 27 mm lang en heeft een vrij korte beharing. De rups heeft een groene kop en donkere lichtomrande rugstrepen. Het uitsteeksel op het eind van het achterlijf is typisch voor zandoogjes.

De vliegtijd is van februari tot en met oktober. Ze vliegen in twee tot drie generaties per jaar.

Zandoogjes zijn bruinige dagvlinders met oogvormige vlekken, meestal zowel op de bovenkant als op de onderkant van alle vleugels. Die ogen dienen om aanvallers bang te maken of de aandacht van de aanvaller af te leiden. Deze valt de ogen aan en krijgt weinig houvast aan de snel bewegende vleugeltoppen. Omdat de meeste soorten bruinachtig zijn worden zandoogjes ook wel bruintjes genoemd. Alle zandoogjes hebben enigszins gezwollen aderen in de vleugel, vlak bij het lichaam. Deze aderen vormen een soort primitief gehoororgaan.

De ondersoort van het Bonte Zandoogje dat bij ons rondvliegt heet Pararge aegeria tircis en heeft crème-kleurige lichte delen in de vleugel.

Met een spanwijdte tot 42 mm is het Bonte Zandoogje even groot als het Koevinkje. De lange vliegtijd komt omdat het dier als rups, maar ook als pop kan overwinteren. Dit is bij vlinders vrij ongewoon, omdat meestal maar in één fase wordt overwinterd. Je ziet vaker een vrouwtje dan een mannetje. Dat komt omdat de mannetjes een territorium (bijvoorbeeld een tuin) bezetten. Daarin worden wel vrouwtjes toegelaten, maar geen andere mannetjes! En terwijl de vrouwtjes nectar zuigen uit bloemen, zitten de mannetjes vaak op een vaste plek te zonnebaden, maar vooral te letten op de komst van andere mannetjes, die dan prompt worden verjaagd.

 

 

 

Geef een reactie